papieren helden

FB

All inclusive

‘Duurde even,’ zegt zijn moeder wanneer ze hem ziet, en ze pakt hem vast zoals ze altijd doet. Strak, haar armen rond zijn middel, met beide handen wrijft ze over zijn rug. Zijn moeder geeft korte, maar goede knuffels.

Hij loopt achter haar aan, de zacht verlichte gangen door, zijn vingers laat hij langs de korrelige muren gaan. Het is een dinsdag, eind februari, hij kan het warme water door de radiatoren horen kolken. Het is hier veel huiselijker dan hij had verwacht, veel minder wit en fel en strak. Hij stelt zich voor dat hij in de gang tegen de muur gaat zitten en in slaap valt. Zo aangenaam is de stilte.

In de gemeenschappelijke ruimte heerst meer rumoer. Hij moet handen schudden. Dit doet hij braaf, de namen vliegen hem om de oren – hij vergeet ze per direct. De mensen lijken allemaal heel normaal. Gek, vindt hij, gek dat dat hem opvalt. Op tafel staat een lila Ikea theepot, die hebben hij en zijn moeder thuis ook. Voor iedereen wordt een kop thee ingeschonken. Hij drinkt nog voordat de vloeistof is afgekoeld, brandt zijn tong.

Mensen delen dingen, zo gaat dat, en hij moet ernaar luisteren, het liefst met een wakkere blik. Hij voelt dat hij staart. Naar de lichtpatronen op het linoleum. Naar de klok. Naar het aquarium in de hoek, dat zachtjes zoemt. Hij verzit en legt zijn handen op tafel. Zijn moeder legt haar hand op die van hem, heel kort, daarna haalt ze hem weer weg. Hij valt middenin het verhaal van een blonde vrouw. Ze vertelt over de keer dat ze een reuzenmanta zag. Het werd helemaal donker, vertelt ze, en op het moment dat ze omhoog keek zag ze het beest over zich heen vliegen. Vliegen, dat woord gebruikt ze, valt hem op. Het was op een vakantie in de Malediven met haar ex. Om redenen die hij niet goed begrijpt moeten mensen aan tafel hierom lachen.

Niet veel later begint een van de mannen aan tafel plotseling te schreeuwen. Het houdt hem bij de les. De man schreeuwt dat hij in fietsen handelt, al godverdomme zes jaar lang handelt hij in fietsen. Met Jari. Alles is anders, mompelt de man daarna, meer tegen zichzelf dan tegen de rest. Het haar van de man krult op zijn slapen. Mensen verzamelen zich om de man heen, houden hem vast. Iemand loopt naar de keuken en haalt water. De druppels lopen langs het glas wanneer het op de tafel wordt gezet.

‘Jari heeft zich opgehangen in z’n souterrain,’ fluistert zijn moeder. ‘Vandaar.’

Hij knikt, kijkt naar de man, en daarna naar zijn moeder. Naar de lijn van haar kaak. Naar haar magere wangen.

Na de lunch wandelen hij en zijn moeder met dampende koppen thee naar de kamer. Hij wil niet morsen, maar ook niet drinken. Voorzichtige stappen zet hij. Zijn moeder is losser, gooit per ongeluk een scheut thee over de vloer en loopt door zonder ernaar om te kijken. De kamer gaat open met een pasje. Het lampje kleurt groen. Binnen pakt hij de stoel bij het bureau vandaan. Zijn moeder gaat zitten op de grond, met haar rug tegen het bed.

Ze wachten tot de thee is afgekoeld.

Na een paar slokken zegt zijn moeder: ‘Eerlijk is eerlijk, de pammetjes redden de boel.’

‘Snap ik,’ zegt hij.

‘Tot ik zo’n pil heb gekregen wil ik naar huis en heb ik dorst,’ zegt ze.

‘Ik ben nog bezig met opruimen en schoonmaken.’

Ze knikt. Hij heeft geen idee of ze hoort wat hij zegt. Of het hem deert weet hij niet. Eigenlijk kan hij er wel begrip voor opbrengen.

Ze staat op en loopt naar het bureau, klapt de laptop open, en laat trots zien dat ze een excel-bestand heeft gemaakt voor het geld dat ze aan de belasting moet betalen. Hij legt zijn hand op haar schouder en kust haar op haar slaap. Haar zweet ruikt zurig. Bijna naar urine.

Terwijl ze doorpraat en groepjes cijfers selecteert in blauw, kijkt hij uit zijn ooghoek door de kamer. Ze leeft uit haar koffer, ziet hij. Als een opengereten dier ligt het ding in de hoek, de kleren liggen als de ingewanden verspreid over de vloer. Hier en daar een sok, een slip, een shirt. Overal flesjes water en een paar aanstekers. Ze mag hier niet eens roken, bedenkt hij. Mag je hier wel aanstekers houden?

‘Eigenlijk is het een soort all-inclusive,’ zegt ze en ze kijkt nu ook de kamer in. ‘Al heeft de rest wel enorme problemen.’

De rest, zo zegt ze het, valt hem op.

Hij zegt: ‘Mensen in all-inclusives hebben per definitie enorme problemen.'

Ze lachen.

Nu zit zij op de stoel en hij op de grond, met zijn rug tegen het bed. Ze vertelt geanimeerd over haar dagen. Ze vindt het gezellige mensen, er heerst een gezellige sfeer. Ze lacht en zegt dat ze het hier makkelijk een jaar zou uithouden. Hij zegt dat de mensen inderdaad erg vriendelijk overkomen. Soms kijkt hij uit het raam, naar buiten, het gebouw grenst aan een snelweg, zo nu en dan glijdt een auto voorbij. Het weer is guur. Straks moet hij nog dat hele eind terug en wordt hij zeiknat.

Zijn moeder staat op om te plassen – dat zegt ze ook: ‘Ik ga piesen,’ zegt ze. Ze doet de badkamerdeur open en knipt het witte licht aan. De deur sluit met een klik. En precies terwijl achter de deur de ventilatie aanspringt, herinnert hij zich een wit strand. Hij herinnert zich zijn voeten in de heldere zee, zo scherp dat hij het vuil onder zijn teennagels kan zien zitten. De geur van citroenlimonade en brood met boter. De kalme stem van zijn moeder, terwijl ze zijn handen in de zwembandjes wurmt. Haar koude vingers, waarmee ze heel zachtjes de bandjes langs zijn dunne armpjes omhoog trekt. En hij herinnert zich, met name, het gepiep van het plastic langs zijn natte huid. Kort en fel. Steeds weer onverwacht.

‘Net een vogeltje,’ had zijn moeder erover gezegd.

Ze komt terug van de wc, gaat zitten op de stoel, en zegt dat hij niet zo sip moet kijken. Hij zegt dat het uitzicht niet is om over naar huis te schrijven. Ze knikt twijfelachtig, en steekt van wal over een realityserie die ze pas ontdekt heeft. Ze drinken van de koude thee. Hij heeft mergpijpjes meegenomen, ze vindt dat heel lief. Zij eet de mergpijpjes, hij kijkt toe. Dan zegt ze ineens: ‘Let op.’ Ze pakt een afstandsbedieninkje erbij. ‘Dit is pas luxe,’ zegt ze, terwijl ze het apparaatje richt op het raam. Eerst alleen wat gekraak. Dan gezoem. Langzaam schuift een rolgordijn naar beneden. Het eet de grijze hemel op, het gebouw aan de overkant, de autootjes. Al het licht stroomt de kamer uit. Tot het gordijn stopt, met een harde klik, en hij van zijn moeder alleen nog de omlijningen kan zien. Van haar en van zichzelf. Van zijn handen.

Dit verhaal wordt je gratis aangeboden door papieren helden.

Wil je meer lezen? Word lid en hou dit mooie blad in de lucht.

word lid

Bodhi Verboon