papieren helden

FB

Drie

Gen één
Mater

1969: En route

De sinaasappelboom staat midden op het plein en ziet Maria vertrekken. Haar haren gedraaid in een dikke knot in haar nek. Ze draagt een groene, wollen jas en een bijpassende jurk van eigen hand. De maillot gemaakt door haar moeder. Alles wat ze die week in haar mond had gestopt kwam er soms nog voor het doorslikken uit. Terwijl haar moeder voor haar uit loopt, plukt ze de vrucht die het dichts bij de ingang van haar huis hangt en haar het best kent.

Doe je naam eer aan, zegt haar moeder en geeft Maria de sinaasappel terwijl ze de bus in stapt.

Ze trouwen met de handschoen, een dag na Maria’s achttiende verjaardag. In een kraakwitte, zelfgenaaide jurk staat ze tegenover de pastoor. Pedro bevindt zich op hetzelfde tijdstip in de migrantenkerk in Oberhausen. Daar werkt hij al een paar jaar in een autofabriek. Sluit je ogen tijdens de geloften, had haar moeder gezegd. Sluit je ogen en zie Pedro. Maar in plaats van Pedro ziet ze Jezus. Ze trouwt met hem, met de heilige geest. Haar zenuwen hebben plaats gemaakt voor een deken van licht, van rust. De witte duif vliegt op haar af en loost een vlaag vrede en reinheid over haar ziel. Als ze haar ogen opent is ze een vrouw. Ze voelt getrek aan haar rok. Haar moeder legt de sluier over de trappen naar het altaar, een fotograaf ernaast. Zijn flits verblindt.

Middenin de opengetrokken sinaasappel krioelen de maden op het ritme van een kloppend hart. Maria wrijft met haar duimen over de buitenkant van de vrucht. De oranje restjes van de schil rullen onder haar nagels. Maria speelt er al mee sinds het vertrek uit haar barrio Olivos Borrachos, de dag ervoor. Ze doet de twee helften op elkaar en vouwt haar handen er omheen. Ze denkt aan hoe de maden dankbaar doorzuigen, doordansen, doorgroeien. Ze voelt haar buik, hoort gerommel. Die sinaasappel lost het niet meer voor haar op. Het zou de laatste keer zijn dat ze de smaak van thuis zou proeven.

De motor die al ruim twee uur hetzelfde klinkt, mindert vaart. De bus neemt een afslag naar de Aire d’autoroute du Village Catalan en komt proestend tot stilstand. De deur draait open en pas wanneer de koude lucht zich mengt met de weeïge zuurstofarme inhoud van de bus staat Maria op om naar buiten te gaan.

We vertrekken over een halfuur.

De buschauffeur dreunt het machinaal op tegen elke passagier die de bus verlaat. Ze gaat voor de bus op de stoeprand zitten. De mannen hebben de bankjes op de rustplaats ingenomen. Met hun benen wijd zitten ze voorover geleund met een sigaret in hun mond, hard pratend in het Catalaans. In Spanje is het verboden een andere taal dan Castiliaans te spreken. Zodra de guardias bij de grens na de paspoortcontrole de bus hadden verlaten en onderweg het eerste Franstalige bord te zien was, ging een groot deel van de bus over in een voor Maria nieuwe taal. De vrouwen zitten voor zich uit starend op afstand van elkaar op de stoeprand. Een paar wrijven over hun buik, over hun rug.

Het was twee maanden nadat Pedro in Córdoba was om het huwelijk te consumeren. Hij bleef een week. In de kamer van haar moeder, op het tweepersoonsbed dat al tien jaar niet gebruikt was om te neuken, had Pedro haar de hele tijd niet aangekeken. Maria was angstig, haar vagina gortdroog. Ze wist niet of ze daar iets aan had kunnen doen. Ze had überhaupt geen idee wat dit betekende. Bij het woord consumeren dacht ze aan eten. Toen Pedro zijn broek uitdeed en zijn erectie eruit wapperde schrok ze. Hij trok haar kleren uit terwijl ze met haar armen probeerde haar lichaam te bedekken. Hij liet haar achteruitlopen naar het bed, hield haar armen boven haar hoofd.

Ik weet wat ik doe, zei hij.

Terwijl hij naar het crucifix boven het bed keek ramde hij zijn pik in haar. Maria schreeuwde en onderging het tot het over was.

Ik hoop dat er gelijk een kind in je zit, zei hij toen hij naast het bed stond en een sigaret opstak.

Maria draaide zich om en drukte de knerpende katoenen lakens tussen haar benen.

Ze kijkt om zich heen. De sinaasappel, nog gesloten in haar handen. Even twijfelt ze. Dan opent ze de twee helften weer. In haar hoofd hoort ze het scheurende geluid van een nog niet geopende vrucht. De maden pompen nog ongestoord. Ze trekt een partje van een helft, sluit haar ogen. Ze doet het in haar mond, voelt het leven, kauwt, slikt. Vruchten die eten van vruchten. De buschauffeur roept iets. Iedereen beweegt richting de bus en ze staat op. De sinaasappel op de grond.


Dit is een hoofdstuk uit Drie, de roman in wording van Jacky Kuiper. Wanneer een vrouw zwanger is van een meisje, is zij gedurende negen maanden drie generaties tegelijk. Maria, Anna en Mar zijn de hoofdpersonen van Drie, alledrie van hun eigen generatie. De periode van negen maanden staat centraal en hoe die vanuit elk stadium uit kan groeien tot de toekomst waar de voorgaande generatie misschien naar verlangde. Een epos dat een eeuw van vrouwelijkheid, vrouw zijn en menswording beschrijft.

Dit verhaal wordt je gratis aangeboden door papieren helden.

Wil je meer lezen? Word lid en hou dit mooie blad in de lucht.

word lid

Jacky Kuiper