papieren helden

FB

Memoires van een kip

Dagen gaan voorbij en jaren verstrijken. De aardse schepselen zijn onoplettend, alsof ze dronken zijn. Ze beseffen niet wat ze horen en ze nemen niet waar wat ze zien. Maar soms lijken ze te ontwaken uit hun gedachteloosheid; dan worden ze zich ineens bewust van hun omgeving en horen en zien ze alles met scherpe zintuigen. Dan verzamelen alle krachten zich in hen en voelen ze intens wat er om hen heen gebeurt, alsof ze in tijden van onachtzaamheid al hun zintuigen voor deze schaarse heldere momenten hebben opgespaard.

Vandaag bevonden we ons in een van die gemoedstoestanden die schepsels soms overvallen. Onze echtgenoot had een geweldig feest georganiseerd, waarin we ons urenlang hebben geamuseerd met dansen, zingen en drinken. Onze echtgenoot liet zich volledig gaan en gaf zich helemaal over aan de drank en het plezier, alsof hij de wereld een laatste groet bracht. Hij at gulzig, dronk alsof hij uitgedroogd was en danste als een duivel. Wij deden niet voor hem onder en dronken tot we ladderzat waren. We aten tot we vol zaten en dansten tot onze voeten begonnen te tintelen.

Ik heb altijd gedacht dat lichamelijk genot ergens ophoudt en dat de maag de grens van verzadiging niet kan overschrijden, maar nadat ik al die hoeveelheden had gegeten en gedronken begon ik te geloven dat het vermogen van een schepsel om voedsel en drank tot zich te nemen veel groter is dan hij denkt. Ik vroeg me verbaasd af waar al dat eten en drinken bleef, en bedacht dat het, als het zou worden gewogen, zwaarder zou blijken te zijn dan ikzelf. Verbazingwekkend! Hoe kon ik iets naar binnen werken dat net zo zwaar was als mijn lichaam?

De drank steeg ons naar het hoofd en voerde ons naar de wereld van de dromen, zodat we nog enkel geesten waarnamen, die eruitzagen als engelen. De geesten omringden ons en pakten ons lachend en dansend bij de hand, vol tederheid en liefde. Ze verschenen aan ons in hun mooiste uitdossing en hun lichamen straalden een betovering uit die ons nog ontvankelijker maakte voor genot en plezier.

Inmiddels was onze brave echtgenoot in onze ogen veranderd in een van die geesten. Hij leek een van hen, opgenomen in hun kring. Ze trokken hun mooie kleren voor hem uit en wat ons vooral opviel was zijn gezicht, bekroond door die karmozijnen hanenkam. Wij, zijn vrouwen, bevonden ons tussen de geesten, als poppen in de handen van kinderen die er naar hartenlust aan trokken, waar en hoe ze maar wilden.

We merkten dat de waardigheid die onze echtgenoot zo karakteriseerde was omgeslagen in een ongedwongenheid die je weleens bij kinderen ziet, en we hadden het gevoel dat de bescheidenheid en beleefdheid waaraan wij in ons dagelijks leven hechten hadden plaatsgemaakt voor een vrijpostigheid en vertrouwelijkheid die alle perken te buiten ging.

Ik kan me niet herinneren dat ik ooit net zo alert en bij zinnen ben geweest als vandaag. Het was alsof ik een eeuw had geslapen en daarna vol energie wakker was geworden, mijn zintuigen op scherp. Ik had het gevoel dat ik een pasgeboren wezen was, gezegend met de kracht van een reuzen-djinn en de emoties van een hele generatie. Ik had het gevoel dat ik de dagen met mijn vingers in beweging kon zetten.

Van ’s ochtends vroeg tot in de namiddag bleven we in deze toestand en we hadden allemaal de illusie dat we deze staat van zijn tot het eind van ons leven konden voortzetten. Wie zo alert is als wij, wie zo geniet als wij en wie met zijn geest naar de wereld der geesten kan overgaan kan deze toestand gemakkelijk beëindigen, hetzij op korte, hetzij op lange termijn.

Maar terwijl we in deze roes verkeerden werden we plotseling overvallen door een afschuwelijke vijand. Ik weet niet waar hij vandaan kwam en hoe hij de weg had kunnen vinden naar de wereld van de geesten waar wij verbleven. Zodra onze echtgenoot hem zag begon hij hevig te trillen en ging hij recht voor hem staan. Later bleek dat deze vijand had toegekeken hoe we ons amuseerden en ervan uit was gegaan dat we ons aan hem zouden overgeven, omdat we niet tegen hem op konden. Maar onze echtgenoot gedroeg zich vervaarlijker dan ooit; alsof alle geesten in hem waren samengekomen stortte hij zich al vechtend op de vijand. Wij daarentegen waren niet in staat ons te verroeren, bevangen als we waren door angst, verrast door die plotselinge agressie. We zaten werkeloos toe te kijken naar het gevecht tussen die twee sterke tegenstanders.

De strijd duurde lang. Soms had onze echtgenoot de overhand en soms was zijn tegenstander de sterkste. Het bloed spoot uit zijn lichaam, roder dan rood. Inmiddels had de strijd zich zo ontwikkeld dat we dachten dat onze echtgenoot het onderspit zou delven, want de vijand was hartelozer, meedogenlozer en beter getraind. Maar op een zeker moment daalde er een goddelijke kracht op onze echtgenoot neer en sloeg hij zijn tegenstander zo hard op het hoofd dat die bewusteloos neerviel. We renden juichend naar hem toe en feliciteerden hem. Intussen werd hij steeds fanatieker, tot hij zich met zoveel kracht op zijn tegenstander stortte dat die het leven verloor. Daarna gooide hij zijn aanvaller over de muur.

Toen onze echtgenoot weer bij ons terug was, kwamen we eindelijk bij onze positieven. We probeerden onze eerdere euforie te herstellen, maar dat bleek onmogelijk te zijn, dus keerden we terug naar onze oorspronkelijke toestand. Eigenlijk dachten we niet lang na over wat we hadden meegemaakt; we werden te veel in beslag genomen door de ernstige verwondingen die onze echtgenoot had opgelopen. We stelden alles in het werk, en meer dan dat, om zijn wonden te verbinden en hem op zijn gemak te stellen. We hadden geen andere keuze dan terugkeren naar onze schuilplaats, in de hoop dat de nacht snel zou komen.

Van ’s ochtends tot in de namiddag verkeerden we in een wonderlijke staat van bewustzijn. Het leek ons uiterst onwaarschijnlijk dat deze toestand ooit voorbij zou gaan, dus dachten we dat we, als we de onachtzaamheid die ons normaliter overdag vergezelde wilden herstellen, minstens zoveel tijd nodig zouden hebben als de tijd waarin we plezier hadden gemaakt. Uiteindelijk bleek een halfuur genoeg te zijn om over te gaan van totale waakzaamheid naar totale verdoving.

Het feest van vandaag was een van die zeldzame situaties geweest waarin je volledig tot bewustzijn komt en waarin alle zintuigen ontwaken. Zou er nog zo’n kans komen?


Dit is een hoofdstuk uit Memoires van een kip van Ishaq Musa al-Husseini dat in 1943 geschreven werd. Het boek verscheen in 2024 bij Uitgeverij Jurgen Maas in vertaling uit het Arabisch door Djûke Poppinga.

Dit verhaal wordt je gratis aangeboden door papieren helden.

Wil je meer lezen? Word lid en hou dit mooie blad in de lucht.

word lid

,