Nu fietsten ze naar haar goedkope studio in Grünerløkka, die er precies zo uitzag als je zou vermoeden bij het denken aan de woorden goedkoop, studio en Grünerløkka. Een afzuigkap met copd, loszittende plinten. Vaak werd ze midden in de nacht wakker van dreunende, ritmische bastonen van haar gameverslaafde buren – ze fantaseerde dan dat het de hartslag van de wereld was, die uit de vloeibare kern via de aardmantel haar bed bereikte.
Ema vond het niet erg. Haar huisbaas trouwens ook niet, een jongen van vijfentwintig die Knut-Jürgen heette en met cryptowinst uit shitcoins heel slim een aantal opknappertjes in de stad had gekocht maar ze was ‘vergeten’ op te knappen voordat hij ze verhuurde. Hoge nood, iedereen stond in de rij en nog meer woningbouwblabla. Na het tekenen van het huurcontract schrobde ze met een tandenborstel de zwarte aanslag uit de voegen van de badkamertegels. Het was alsof ze haar hersens ook van een hardnekkige schimmel ontdeed – eentje die terugkerende gedachten veroorzaakte. Over haar keuze om Blijdorp in te ruilen voor Oslo – om Lisbet uit haar leven te verwijderen. Na zo’n poetssessie voelde ze zich rustig en tevreden, net als bij een potje Tetris als de langwerpige verticale staaf in een opening paste en het scherm opgeschoond werd. Leeg, geformatteerd. Klaar voor iets nieuws.
Ze namen beurtelings een douche en hadden seks in haar bed, waar Ema nu bezweet lag bij te komen. Zijn warmte gloeide nog na op haar huid. Hij stond naakt voor haar boekenkast en dronk een biertje. Ze hield van deze kleine momenten tussen de grotere – dat er even geen verwachtingen waren, geen dingen die moesten gebeuren. Ze keek naar hem, naar zijn brede klimschouders, hoe hij dikke boeken uit de kast pakte alsof ze gewichtloos waren.
– Houd jij ervan om alleen te zijn?
Mats zette het lege flesje bier op haar boekenkast en kwam naast haar liggen.
– Waarom vraag je dat?
– Ik hoor nooit iets over je vrienden.
– Ik heb het te druk voor vrienden. Vind je dat raar?
– Nee hoor. Eerder geestig.
Hij herhaalde zachtjes haar woorden. Te druk voor vrienden. Ema dacht na over wat erger was, mensen missen moeten, of niemand kennen die je missen kan.
– Waar liggen jouw fotoalbums?
– Waarom zoek je die?
– Ik ben benieuwd hoe je er vroeger uitzag. Er hangen hier ook nergens lijstjes aan de muur. Ben je een geheim agent?
Een flits van een huiskamervloer bezaaid met foto’s, Lisbet die vakkundig haar vader onthoofdde met een schaar.
– Die liggen allemaal nog in Rotterdam.
Ze zei niet dat ze de vuilstort bedoelde in plaats van haar ouderlijk huis.
– Aha. Roh-tuh-dam.
Ze vond zijn Noorse accent schattig, de vrolijke cadans, de nadruk op de eerste lettergreep.
– Ik hoor je daar niet veel over. Nederland.
– Is dat gek?
– Misschien. Jij weet dat mijn ouders in Tromsø wonen. En dat ik ze nauwelijks spreek omdat ze bang zijn voor mensen met een kleurtje en denken dat vaccinaties autisme veroorzaken. Ik weet dat je van klimmen houdt, dat je gek bent op alles wat met computers en programmeren te maken heeft. Hoe verslaafd je bent aan aardbeienthee. Maar niets over je leven vóór Oslo. Alleen dat je op je achttiende hiernaartoe bent verhuisd.
– Wat wil je weten?
Hij ging op zijn rug liggen en vouwde zijn handen onder zijn hoofd. Zijn oksels waren geschoren, het hielp tegen de kriebels tijdens het klimmen.
– Ik weet niet eens hoe je ouders heten.
– Sieger en Lisbet.
– Dat klinkt Noors.
– Ja, in het oosten lopen wat achterneven en -nichten rond van mijn moeders kant.
– Wat doen ze?
– Mijn vader is journalist, zei Ema. Mijn moeder is overleden aan een hartaanval op mijn zeventiende.
Sieger was al jaren vermist, Lisbet leefde nog. Maar haar leugen voelde aangenaam, ze kon hem ermee terughalen en haar laten verdwijnen.
– Wat verschrikkelijk, zei hij, en omhelsde haar. Het delen van dit soort informatie was nu een valuta, inwisselbaar voor knuffels en kusjes.
– En dan vraag ik net nog waarom je geen foto’s aan de muur hebt hangen. Dat is natuurlijk te pijnlijk. Nu snap ik waarom je daar weg moest.
Hoe fijn, dacht Ema, mensen die zelf invullen in plaats van doorvragen als je liever de waarheid niet vertelt.
Buiten gooide ze haar vuilnis weg. Gisteravond zou ze uitgebreid voor Mats koken, maar een uur voordat hij kwam ontdekte ze dat haar Japanse noedelsoep naar rot zeewier smaakte. Snel had ze nog twee porties afgehaald bij de toko om de hoek, en de plastic bakjes in het gootsteenkastje verstopt.
In een koffietentje deed ze haar huiswerkopdrachten. Nadat ze haar laatste practicum had opgestuurd, kreeg ze een e-mail van haar docent Artificial Intelligence & Machine Learning over een functie die wellicht interessant was. Leuke startup die iets doet met kunstmatige intelligentie, jonge kliek. Ze heten profil, lijkt me echt iets voor jou. Doen, doen, doen.
Ema opende de vacature. De informatie was summier. Kandidaten moesten een programma in Python schrijven dat binnen een minuut de neus, mond en ogen op een gezicht kon herkennen. Godzijdank werd er niet om een motivatiebrief gevraagd. Bij veel tekst verloor Ema het overzicht, iets wat juist niet gebeurde als haar scherm gevuld was met code, terwijl dat voor de meeste mensen juist abracadabra was. Toen de Nederlandse overheid in het laatste jaar van haar middelbareschooltijd het goedkeurde om in plaats van Frans, Duits of Latijn programmeertalen als Java, C++, Python en basic te leren, was Ema de enige in haar klas die woordjes stampen inruilde voor experimenteren met variabelen, expressies en operatoren. Daar leerde ze dat de mensen die computers ooit een taal hadden aangeleerd, meedogenloos streng en efficiënt waren geweest. Een tikfout zorgde ervoor dat een programma onuitvoerbaar was of een computer zelfs zou kunnen laten crashen. In de strikte regels van dat functionele taalgebruik vond Ema een praktische schoonheid. Dat tienduizend tekens ruimteschepen op verre planeten konden laten landen, of in een flits een foto van de ene naar de andere kant van de wereld konden sturen, was voor haar magischer en grootser dan een metafoor of rijm ooit zou kunnen zijn.
Binnen een uur had ze de code geschreven en geüpload. Haar aandacht viel op een oudere, kale man die binnen kwam lopen. Zwart getailleerd pak, duur horloge, glanzende schoenen. Hij haalde een MacBook Pro van 16 inch uit een lederen aktetas en smeet nonchalant een autosleutel met daarop het Jaguar-logo op zijn tafeltje. Wenkte naar de bediening door kort zijn hand in de lucht te steken – op de krijtborden stond duidelijk vermeld dat je alleen kon bestellen aan de bar.
Ze maakte op haar laptop een hotspot aan met een naam die door kon gaan voor de openbare wifi van het café. Kaffebrenneriet_guest. Het duurde niet lang voordat haar netwerkscanner registreerde dat een MacBook Pro verbinding maakte. Met een zelfgebouwde applicatie activeerde ze de webcam, en glimlachte bij het zien van zijn gezicht in een klein venster. Ze maakte een aantal schermafbeeldingen. Ema bekeek de sites die de man bezocht, hij maakte vaak verbinding met de mailservers en het medewerkersportaal van de Norges Bank. Ze filterde op namen van bekende pornosites. Veel interraciale bondage, veel anaal. De man was vaak opgewonden in de ochtend.
Vanaf een anoniem e-mailadres stelde ze een bericht op voor de man met de foto’s van zijn gezicht, een geschiedenis van zijn geilheid en een waarschuwing dat ze beeldmateriaal van een van zijn aftreksessies in haar bezit had, precies zo gemonteerd dat het moment suprême synchroon liep met de pornovideo die op dat moment bekeken werd. Het enige wat haar tegen zou houden om de beelden niet naar al zijn contactpersonen te sturen, was vijfduizend kronen in bitcoin. Hier betalen, alstublieft.
Het was iedere keer een verrassing hoe de mannen zouden reageren. Er werd veel gezweet en gehyperventileerd, in een enkel geval zelfs zo heftig dat er een ambulance aan te pas moest komen. En er was natuurlijk die eigenaardige, aantrekkelijke man, nog geen halfjaar geleden, die onberoerd bleef en in een recordtempo de bitcoin overmaakte alsof het een taak was op een afvinklijstje.
Ze keek aandachtig naar de kale man. Zijn handelingen. Zijn gezichtsuitdrukking. De telefoon piepte – hij pakte het ding op en keek naar het scherm. Kneep zijn ogen samen, fronste. Hij legde de telefoon op zijn tafeltje – Ema zag dat zijn laptop verbinding maakte met de servers van Gmail. Weer die ogen, hij boog iets voorover, zijn vingers bewogen op en neer over het trackpad. Ema lette op zijn adamsappel, hij slikte, keek een paar keer om zich heen. Zijn wangen werden rood, er verschenen zweetvlekken in de oksels van zijn overhemd, zijn borstkas bewoog sneller op en neer.
Natuurlijk had ze geen beelden van zijn masturbatiesessie, en als ze die wel had, zou ze die nooit verspreiden, waardoor haar dreigement dus helemaal geen dreigement was. Ema beschouwde de vijfduizend kronen als een straf voor digitale onkunde; een verkeersboete voor digibeten op de digitale snelweg die in hun positie – hoogopgeleide, rijke mannen in hoge managementfuncties – beter moesten weten dan zomaar met een openbaar wifinetwerk verbinding te maken.
Dit verhaal wordt je gratis aangeboden door papieren helden.
Wil je meer lezen? Word lid en hou dit mooie blad in de lucht.