Google Maps
Ik kijk niet meer voor me uit als ik over straat stap. De angst om te verdwalen is zo groot dat Google Maps permanent in mijn rechterhand hangt. Ik markeer mijn gebaande paden met een dikke blauwe lijn. Wanneer ik mijn weg terug probeer te vinden, blijkt de lijn te zijn opgegeten door het algoritme.
Mailcontact
Mijn mails zijn meestal veel te lang, ik heb de slechte schrijversgewoonte om te lang uit te wijden over bijzaken, mijn zinnen zijn doorgaans volgeplempt met bijvoeglijke naamwoorden. Tot frustratie van mijn collega’s.
Melanie van marketing overtuigt me om CHATGPT te installeren. Mijn artificiële vriend helpt me met inkorten, hij plaatst de belangrijke zaken overzichtelijk onder elkaar en vat hele paragrafen samen in een paar woorden.
Het is me opgevallen dat mijn baas de laatste tijd anders op mijn mails reageert. Voorheen was ze in haar mailcorrespondentie kortaf, soms zelfs bot, ze verpakte cruciale informatie in steekwoorden, de details waren onmogelijk te achterhalen.
Ik vroeg me regelmatig af of ik iets verkeerds had gedaan.
Nu reageert ze uitgebreider, vriendelijker. Haar mails bevatten ineens persoonlijke voornaamwoorden en worden keurig afgesloten met: vriendelijke groet…
Ik vraag me af of ze met Melanie van marketing heeft gebabbeld.
Een ongemakkelijke leegte neemt de overhand. Is ons mailcontact nog wel authentiek, wie mailt er nu eigenlijk met wie? Is het baas en werknemer of een onderonsje van CHATGPT.
Ik kom haar tegen bij het koffieautomaat en barst in snikken uit, al hortend en stotend probeer ik uit te leggen dat iedere vorm van intermenselijke communicatie in ons mailcontact verloren is gegaan.
‘Ja, vervelend,’ antwoordt ze, terwijl ze met een koffie in haar hand wegwandelt.
3D-Printer
Mijn broer heeft een 3D printer gekocht, het eerste object dat hij uitprint is een 3D printer.
Digitaal testament
Er is iemand uit mijn indirecte kring overleden, iemand van mijn leeftijd, een vriend van vrienden. Ik kende hem niet, althans, niet in het echt. Wel online. Hij is meerdere malen getagd geweest in foto’s van vrienden. Zo nu en dan kwam ik hem op Facebook tegen onder het rijtje ‘mensen die je misschien kent.’
Er worden veel hartjes en reacties achtergelaten op zijn laatste foto, een nietszeggende foto, hij lijkt niet ziek of depressief, zijn doodsoorzaak kan ik niet achterhalen. De foto brandt zich vast in mijn geheugen, zijn gezicht kan ik niet loslaten, de manier waarop hij zijn tanden bloot lacht, de levenslust in zijn ogen, ik blijf er maar aan denken. Steeds vaker bezoek ik zijn profielen. Zijn foto’s stellen me op een vreemde manier gerust, zijn melige tweets maken me aan het lachen. De pagina’s die hij heeft geliket op Facebook komen sterk overeen met mijn interesses. Zijn Instagram bio ken ik inmiddels uit mijn hoofd.
Onder de douche denk ik aan een vakantiefoto van 8 maanden terug waarop hij zonder T-shirt aan de rand van een bergketen staat.
Twee maanden na zijn dood duik ik na een avond stappen straalbezopen mijn bed in. Ik kan het niet laten om voor het slapen zijn Instagram te checken. Hij heeft nog altijd geen nieuwe foto geplaatst, natuurlijk niet. Ik slide in z’n DM’s ‘heyyy,, ik cind j leuik’.
De dag daarop word ik met knallende hoofdpijn wakker, mijn Instagram staat nog open op de chat van gisteren. ‘Gezien: 3 uur geleden’ staat er onder mijn bericht.
Lijn 3
Sinds kort zoemen er door de hele stad geluidloze zelfrijdende taxi’s, gloednieuwe elektrische auto’s uitgerust met state-of-the-art technologische innovaties. Op de motorkap glimt een zilveren panter. Je betaalt voor een ritje ongeveer evenveel als voor een Uber; dat maakt het goedkoper dan een echte taxi, maar nog altijd even onbetaalbaar voor de mensen zonder auto die zich op dagelijkse basis moeten verplaatsen. Voor wie zijn deze zelfrijdende auto’s bedoeld? Voor de dronken idioten die om 4 uur ‘s nachts naar huis moeten? Dat kan toch niet genoeg opbrengen om de massale bedragen die investeerders in deze startup hebben gepompt af te betalen.
Het doet me denken aan een scène uit de film Parasite van Bong Joon-ho. Mr. Park beklaagt zich tegenover zijn vrouw over de geur van zijn privéchauffeur; hij beschrijft het als oude radijs, de geur van de mensen op de metro. ‘Goh,’ antwoordt zijn vrouw, ‘het is een eeuwigheid geleden dat ik met het openbaar vervoer ergens heen ben gereisd’
Ik google hoe het ervoor staat met lijn 3, een metrolijn die moet dienen als directe verbinding tussen Noord en Zuid-Brussel, met verscheidene stops in het centrum. De eerste plannen voor deze lijn zijn verschenen in 1969, rond de eeuwwisseling had de metro moeten rijden. Na 4 keer uitstel vanwege financiële tekorten is de opening opgeschoven naar 2030.
Momenteel staan de werken stil vanwege technische problemen, de kosten vallen wederom hoger uit dan verwacht. In de politiek wordt er voorzichtig geopperd het hele project te bevriezen.
Wereldexpo
Mijn tante is op bezoek in Brussel, ik neem haar mee naar het Atomium. We banen ons een weg door de aluminium bollen. Ik verstrek haar het weinige beetje kennis dat ik heb om intelligent over te komen. ‘Het Atomium is in 1958 gebouwd naar aanleiding van de wereldexpo,’ hoor ik mezelf zeggen.
Als we weer buiten staan maakt mijn tante een foto van het geheel. Ze heeft een app die op basis van een afbeelding direct informatie verstrekt. Ze leest het tekstje snel door: ‘Je had het verkeerd, hier staat dat de wereldexpo in Brussel heeft plaatsgevonden in 1960.’
‘Dat klopt niet,’ antwoord ik.
Ik vraag een informatieflyer aan de balie en blader er verward doorheen. ‘Kijk, hier staat 1958.’
Mijn tante toont haar telefoon aan de vrouw achter de balie: ‘Het staat verkeerd in jullie boekje,’ zegt ze.
De vrouw kijkt verbaasd op en bedankt mijn tante, ze begint direct te bellen.
Een paar uur later is de Wikipedia-pagina van de wereldexpo in Brussel aangepast. Als je expo 58 googelt word je direct verwezen naar expo 60.
Een dag later liggen er nieuwe informatieboekjes aan de balie van het Atomium. Alle plakkaatjes en bordjes in het omliggende park zijn vervangen.
Twee dagen later wordt er een nationale terugroepactie aangekondigd, alle schoolboeken, stadsgidsen, informatieflyers en kranten waarin staat dat de wereldexpo in 1958 was, worden ingenomen, aangepast en herdrukt.
Drie dagen later is de hele stad in een grote filmset veranderd. Alle scènes (van documentaires tot actiefilms) waarin foutieve informatie wordt verstrekt, worden opnieuw opgenomen.
Vier dagen later verkondigt een groep historici en onderzoekers op TV dat het volledig Belgisch archief is doorgespit en dat alle fouten zijn hersteld.
‘De geschiedenis overwint altijd,’ zegt een onhandig lange onderzoeker met een stoppelbaardje.
Een week later zit ik met een oude schoolvriendin op café. ‘Weet je nog die les over de wereldexpo?’
Ze friemelt aan het ritsje van haar trui en knikt hevig: ‘Ja! Verschrikkelijk die Zoo Humain, ik was daar echt van in de war, dat soort onmenselijke praktijken verwacht je in de middeleeuwen, niet in 1960.’
Panopticum
Ik zie de laatste tijd veel filmpjes voorbijkomen (Tiktoks, Youtube Shorts, Instagram Reels, noem het zoals je wil) waarin influencers over straat lopen in flamboyante, extravagante kledij. De camera volgt de influencer van achter en zoomt in op de gezichten van toevallige passanten. Opgetrokken wenkbrauwen en verbaasde blikken (de gezichten die je kunt verwachten als reactie op dat wat opvalt) worden ongevraagd gefilmd en op het internet geplaatst. Het is dat type blik dat functioneert als sociale controle. Natuurlijk ben je vrij om je in de openbare ruimte te gedragen en te kleden zoals je wil, maar je doet het niet omdat je niet wil dat er zo naar je gekeken wordt.
Door deze sociale controle op sociale media uit te lichten, controleren de influencers de sociale controle en creëren zo een nieuwe norm die op zijn beurt weer sociaal gecontroleerd zal worden.
Zijn we nu vrij omdat we worden verlost van beoordelende blikken of wordt ons het recht om te oordelen in de openbare ruimte afgenomen?
De volgende Tiktok sensatie is een doodnormale vrouw van middelbare leeftijd die toevallig een wenkbrauw optrekt wanneer er een figuur in furrykostuum passeert. Online volgt een heuse heksenjacht. De vrouw laat haar gezicht uit wanhoop volspuiten met botox, haar gezicht is nu permanent neutraal.
Ik zet bovenstaande bevindingen in een e-mail en verstuur deze naar michel.foucault.hotmail.com: ‘Hoe vind jij dat dit alles zich verhoudt tot het panopticum, wie bewaakt wie?’ concludeer ik mijn mail.
Er volgt een automatische respons:
Fotolijstje
Mijn oma brengt hele dagen door op de zetel, er klinkt zachtjes Chopin uit de speakers. Ze kijkt uit het raam, het verkeer flitst voorbij, zo hier en daar passeert er een voetganger of landt er een vogel op een tak, ze neemt dit alles in zich op met ogen die lijken te zeggen: ‘hier is niemand thuis.’
Mijn vader heeft een digitaal fotolijstje gekocht, hij scant oma’s oude foto’s in en downloadt ze op het lijstje.
‘Wat is dat?’ vraagt mijn oma tot wel drie keer toe.
Mijn vader blijft geduldig en legt het haar drie keer uit. Zodra alles is geïnstalleerd en op z’n plek staat maakt hij vlug nog een selfie.
‘Wat is dat?’ vraagt oma, op de selfie kijkt ze de verkeerde kant op. Mijn vader heeft de foto al gedownload en ook deze selfie belandt tussen de verzameling, trouw- familie- en vakantiefoto’s.
Mijn oma brengt hele dagen door op de zetel, er klinkt zachtjes Chopin uit de speakers. Ze kijkt naar het digitale fotolijstje, er flitst meerdere malen per dag een volledig mensenleven aan haar voorbij.
Nepstad
Iets buiten de stad is een nepstad gebouwd, de nepstad is identiek aan de onze maar dan niet echt. Het is een trainingscentrum voor drones, huishoudbots en menig zelfrijdend voertuig. Hier kunnen de robots oefenen, ze leren het stratenplan kennen, onverwachte obstakels ontwijken en kunnen interageren met de infrastructuur tot ze worden goedgekeurd voor de markt.
Ik krijg een melding via de app en hijs me zuchtend in mijn oranje regenjas met bijpassende box. Het bezorgadres is ver buiten de stad, het is vies miezerweer maar ik heb het geld hard nodig en dus stap ik op mijn elektrische fiets. Nadat ik de bestelling heb opgepikt fiets ik weg uit het centrum, door de voorsteden, langs de vinexwijken, het industrieterrein, enkele velden, enkele nepvelden, het nepindustrieterrein, langs de nepvinexwijken in de nepvoorsteden tot het nepcentrum.
Ik word een aantal keer haast van mijn sokken gereden door een aantal zelfrijdende steps die in rottempo voorbij zoeven.
Een spelende quadruped robot rent zonder te kijken achter een bal aan de straat op, ik kan nog net op tijd remmen. ‘Het is toch al donker buiten,’ mopper ik in mezelf, ‘moet dat ding niet al lang in slaapstand liggen’.
Ik schrik me rot van een laagvliegende drone die uit het niks opduikt en me inhaalt. ‘Achterlichten aanzetten!’ bijt ik hen toe.
De deur wordt geopend door een bezorgbot die eruitziet alsof die een zware dag achter de rug heeft. ‘1 verse motorolie met extra batterijen on the side,’ dreun ik op van mijn bestelbon.
De bezorgbot knippert twee keer, rekent af en neemt de 2 plastic bakjes van mij aan.
‘Fijne avond’ zeg ik, ‘bedankt voor uw bestelling.’
Dit verhaal wordt je gratis aangeboden door papieren helden.
Wil je meer lezen? Word lid en hou dit mooie blad in de lucht.