
Warlichaam
Ik schreeuwde tegen mezelf in warlichaamstaal dat ik me nog wat vaker moest laten nemen als een hoer die er geen geld voor vraagt en smeet de deur dicht.

Ik schreeuwde tegen mezelf in warlichaamstaal dat ik me nog wat vaker moest laten nemen als een hoer die er geen geld voor vraagt en smeet de deur dicht.

er is ons beloofd dat we als gelijke mensen geboren worden. er is ons gezegd dat we broeders en zusters zijn.

De sinaasappelboom staat midden op het plein en ziet Maria vertrekken. Haar haren gedraaid in een dikke knot in haar nek.

Het is zover. Ik ga de voordracht van mijn leven geven. De afgelopen jaren waren de mensen voor wie ik sprak proefkonijnen.

oude winegums/ in mijn binnenzak, het zand/ dat tussen mijn tanden knarst, kom maar/ grond, kom maar grond

Misschien had je met iemand anders je leven moeten delen. Ik besta vooral in mijn hoofd.

‘Duurde even,’ zegt zijn moeder wanneer ze hem ziet, en ze pakt hem vast zoals ze altijd doet.

De camera volgt ons op een nachtelijke rit in een smetteloze auto volgepropt met besmettelijke mensen.

Alle verfrommelde a4’tjes, de opgebrande kaarsen, etensresten en verpakkingen heb ik in een vuilniszak gestopt en die dichtgeknoopt.

En zijn werk was slordig geworden. En zijn productie laag. En hij leverde steeds minder bossen af. En de bossen die hij afleverde waren van slechte kwaliteit.

Heel eerlijk, het kasteel was niet wat ik ervan had verwacht. In mijn hoofd was het bruin met een toren en kantelen.

Blijkbaar heeft de benedenbuurman een sleutel: een korte klop en de deur zwaait direct open.

Ik zie het nog staan, in het huis waar nu iemand anders woont.